Page 53 - geschiedenis
P. 53

Hoofdstuk 1. De Montfortanen in Indonesië van 1939-1947 39
Veghel (SFIC). Vóór de oorlog hadden deze zusters hun taken al voor een groot gedeelte overgedragen aan de franciscanessen van Asten (SMFA) en na de oorlog waren ze enkel nog werkzaam in Sedjiram.
Het gebied dat de kapucijnen achterlieten aan de montfortanen was qua oppervlakte zeer groot en door de primitieve infrastructuur was het moeilijk te leven en te werken in de oerwouden en binnenlanden van Borneo. Behalve een tekort aan personeel was er ook een doorlopend gebrek aan levensmiddelen en vervoermiddelen. De missie had geen boten, zelfs geen roeiboten. Het was in één woord: armoe troef! Aanvankelijk ontvingen de missionarissen als Neder- landse burgers een toelage bestaande uit rookgerei e.d. Door de helft van die toelage te verkopen hadden ze wat geld, maar die toelage kregen ze nu niet meer. En geld uit Nederland krijgen was ook niet mogelijk daar alle geld- overmakingen vanuit Nederland geblokkeerd waren. In zijn brief van 10 december 1945 aan pater provinciaal schrijft pater L'Ortye:
"Kan het geldsturen geregeld worden? We zullen spoedig drie missiestaties hebben waar zelfs geen spijker meer aan de muur zit, dwz geen meubels, geen keukengerief; de noodzakelijke reparaties aan het huis kunnen ook niet gedaan worden. Daarbij heb ik nog ± fl.3000 schuld aan Mgr. Doch begrijp me goed, ik verlang niet dat u per omgaande geld stuurt, wacht maar op tijden die veiliger en normaler zijn."
Gelukkig waren de missionarissen niet veeleisend en tevreden met wat er was. Juist deze instelling maakte het voor hen mogelijk om te werken en te leven in een gebied dat werkelijk arm was.
Uitbreiding van het missiegebied
Tot aan het vertrek der kapucijnen lagen alle hoofdstaties en parochies aan de Kapuas-rivier of aan een van de zijrivieren van de Kapuas. Het gebied van de Melawi met de plaatsen Nanga Pinoh en Nanga Serawai werden toen nog niet bezocht, hoewel het aantal bewoners er groter was dan in het Kapuasgebied. De komst van meerdere montfortaanse paters en broeders en de hoop dat er nog meer zouden komen, opende de mogelijkheid om de Missie Sintang uit te bereiden met het Melawi-gebied. Samen met dit gebied kreeg men zo de verantwoording over een gebied met een oppervlakte van ongeveer drie keer België.
Een nieuw gebied openen gaat niet zomaar, er moeten voorbereidingen worden getroffen. Vandaar de vraag: hoe gingen de missionarissen in feite te werk als ze een nieuw gebied of statie wilden beginnen? Allereerst werd hij


































































































   51   52   53   54   55