Page 54 - geschiedenis
P. 54

40 SMM in Indonesiƫ 1939-2005
uitgestuurd om het gebied te observeren. Bij een positieve indruk bouwde de missionaris op een strategische plaats samen met mensen ter plaatse een klein eenvoudig hutje, voldoende om te slapen en een potje te koken. Als vervolgens alles naar plan verliep en voldeed aan de gestelde voorwaarden, werd na enige tijd de hut uitgebreid met enkele ruimtes die konden dienen als kapel, opslagruimte en verblijf. Pas nadat die plaats aan de verwachtingen voldeed, ging de missionaris over tot de bouw van iets permanents.
Alvorens de verdere ontwikkelingen van de uitbreiding in het Melawi- gebied te beschrijven, wil ik eerst iets meer zeggen over de bestaande hoofd- parochies, die allen liggen in het Kapuas gebied.
Parochie Bika-Nazareth
In Bika-Nazareth, of kort gezegd Bika, zijn pater Harry L'Ortye, pater Linssen en broeder Bruno in 1939 begonnen. Dit is de eerste parochie, die volledig in montfortaanse handen kwam. Volgens het dagboek van Bika begon de geschiedenis van deze parochie in juli 1910 toen de kapucijn pater Eugenius vanuit Sedjiram het bovenstrooms-gebied van de Kapuas, we noemen het Kapuas Hulu, bezocht. Bij die gelegenheid bezocht hij 30 dorpjes en werden 7 mensen gedoopt. Bij een volgend bezoek tussen 28 november en 14 december 1910, koos deze kapucijn Nanga Mandai als strategische plaats om een overnachtingsgelegenheid te hebben. Hij vroeg aan de mensen om bij de monding van de Mandai-rivier een eenvoudig huisje te bouwen, waar hij een volgende keer zou kunnen overnachten en hij beloofde na 5 maanden terug te komen.
Inderdaad kwam hij toen terug en overnachtte er in het huisje dat de mensen voor hem gebouwd hadden. Ook de keren erna overnachtte hij daar en bezocht hij van daaruit de dorpen erom heen. In die tijd hadden de missionarissen hun hoofdstandplaats in Sedjiram. Gezien de afstand was een reis vanuit Sedjiram naar Kapuas Hulu en de Mandai-rivier een hels karwei. Met hun roeibootje waren ze weken onderweg; weliswaar hadden ze de hulp van iemand die met hun meereisde, maar er moesten honderden kilometers afgelegd worden. 's Avonds legden zij tijdens hun tour bij voorkeur aan in een Dajakdorpje, waar zij met de mensen buurtten, zieken verzorgden en daarna hun matje uitspreidden om te slapen en krachten op te doen voor de volgende dag. Omdat het eigenlijke werk van deze missionaris lag in het gebied rond Sedjiram, kon hij of zijn confrater maar een enkele keer per jaar die grote reis maken.
Tot 22 januari 1925 werd het gebied van de Kapuas Hulu verzorgd vanuit Sedjiram. Op die dag werd pater Ignatius aangewezen om pastoor te zijn


































































































   52   53   54   55   56