Page 55 - geschiedenis
P. 55

Hoofdstuk 1. De Montfortanen in Indonesië van 1939-1947 41
in Bika-Nazareth. Vóór zijn komst in Bika was er op 14 januari 1924 al een schooltje geopend met 11 leerlingen door Eug. Tjoerit, een onderwijzer afkomstig van Sedjiram.
Bika was een uitgestrekte parochie. Behalve de dorpen langs de Kapuas moesten de missionarissen ook de dorpen langs de zijrivieren van de Kapuas: de Mandai-rivier, de Bunut-rivier en de Suai-rivier verzorgen. Behalve deze streek behoorde ook de stad Putussibau met de dorpen langs de Sibau en Mendalam-rivier en de streek bovenstrooms van Putussibau tot het dienstreis- gebied van Bika.
De eerste maanden in Bika waren voor de montfortaanse pioniers een tijd van oriëntatie. Zo brachten pater L'Ortye, pater Linssen en de kapucijn Edmundus al snel een bezoek aan Putussibau en de Mendalam-rivier. In de Mendalam bezochten ze de dorpen Tanjung Karang en Tanjung Kuda, waar op dat moment het 'Dangai'-adatfeest plaatsvond. Vanwege deze feestelijkheden bleven ze iets langer daar, omdat het een goede gelegenheid was te zien hoe de Kajan-Dajaks volgens hun voorouderlijke traditie leefden en iets vierden. Tot op heden zijn deze twee dorpen de meest bekende dorpen in die streek. Vooral Tanjung Kuda is een bekende plaats, omdat het de geboorteplaats is van J.C. Oevang Oeray, de gouverneur van West-Borneo in de jaren 1967-1972 en van zijn neef pater Aloysius Ding Ngo, de eerste montfortaan.
Terug in Bika bezochten even daarna pater Linssen en pater Prosper het Mandai gebied en ging pater L'Ortye met pater Edmundus naar Benua Martinus om kennis te maken met de kapucijnen aldaar.
Al gauw ontdekten de montfortanen dat er in heel het gebied geen landwegen waren en dat alle reizen over water gingen. De pastoor van Bika had een rivierboot, 'Damai' genaamd, maar deze ijzeren boot was enkel geschikt op de Kapuas en bood plaats aan drie of vier personen. Voor de andere rivieren moest men tevreden zijn met een roeibootje. De enige landweg die er bestond en nog bestaat, was de weg van Bika naar Putussibau. Als het laag water was, kon men met de fiets van Bika naar Putussibau, maar bij hoog water was dat niet mogelijk.
Bika was geen stad, maar een klein dorpje met een pastorie, een kerk van boomschors en nog enkele andere gebouwen. Het aantrekkelijke van Bika was dat er een school stond met 44 leerlingen met de onderwijzers Pius Ungkang, Akoep en Ransa. Van die schoolkinderen verbleven er 28 in het internaat dat verzorgd werd door de pastoor.
2 Januari 1940 verlieten de kapucijnen Bika en werd het de eerste montfortaanse parochie op Borneo. Het was in het begin niet gemakkelijk. Ze moesten veel leren en zich aan vele dingen aanpassen in hun omgang met de plaatselijke bevolking. De Dajaks leefden van hetgeen de natuur hun bood, zonder elektriciteit, zonder vervoer, zonder huishoudelijke gemakken als


































































































   53   54   55   56   57