Page 58 - geschiedenis
P. 58

44 SMM in Indonesië 1939-2005
Parochie Putussibau
In de periode voordat de montfortanen op Borneo kwamen, openden de kapucij- nen reeds diverse scholen, waaronder de basisschool in het dorp Melapi. De Dajak-kinderen die slaagden werden doorgestuurd naar een standaardschool of landbouwschool of naar het klein seminarie in Nyarumkop. Op deze manier hoopten ze krachten klaar te maken voor de toekomst. Jammer dat de vele seminaristen van de eerste jaren niet hebben doorgezet, op pater Aloysius Ding na.
Toen op 10 juni 1939 pater Linssen in Putussibau ging werken, werd de stad bewoond door Maleiers, Chinezen en enkele Europeanen. Dajaks woonden er nog niet. Doordat Jan alleen was als montfortaan fietste hij bij goed weer regelmatig naar Bika om daar zijn confraters te ontmoeten. Als parochiepastoor probeerde hij een goede relatie op te bouwen met de Maleise ambtenaren. Hij deed dat onder andere door les in de Nederlandse taal en gezondheidsleer te geven.
Na de wereldoorlog was de toestand in en rond Putussibau zorg- wekkend te noemen. Door de oorlog werden de Dajaks weer in een isolement gedwongen. Handel lag stil, rijstvoorraden werden opgevorderd en er was geen geld om kleren te kopen, ze droegen weer zoals vroeger kleding van geklopte boomschors. Alleen de ambtenaren hadden nog een behoorlijk pak van bruine legerstof. Als gast in de dorpjes kreeg de pastoor enkel rijst met zout te eten en als verontschuldiging zeiden ze dan "neissi lauk tuaan" hetgeen betekent "we hebben geen bijgerecht"!
Na de komst van pater Reijnders in 1947 werden de dorpen buiten Putussibau regelmatiger bezocht. Helaas duurde deze samenwerking niet lang omdat pater Linssen gevraagd werd om een oriëntatie-tocht te maken in het gebied rond Nanga Serawai in het Melawi gebied. Jan was liever in Putussibau gebleven, maar uiteindelijk zocht hij een boot om naar Sintang te gaan. Hij was nog maar even in Sintang en bezig met de voorbereiding van zijn tocht, toen plotseling langs de een-draads-telefoon het bericht binnenkwam: "Pater Reijnders stervende. Verzoeke dokter te komen". Men ging meteen naar de dokter, maar de dokter zei dat hij niet weg kon wegens al zijn patiënten. Bovendien, zei hij, kijk eens, het is een non-stop-reis van twee volle dagen en 2 nachten (afstand 520 km., de snelheid van een gehuurd Chinees bootje is ± 10 km/uur). Dus als ik daar aankom, is de pater dood ofwel over de crisis heen. Er bleef niets anders over dan dat pater L'Ortye en pater Linssen naar Putussibau gingen. Daar aangekomen vonden zij pater Reijnders nog levend, maar pater Schellart, die hem was komen helpen, ernstig ziek. De zusters hadden Adri op de pastorie bewusteloos gevonden. Dat horende en de toestand van Schellart en


































































































   56   57   58   59   60