Page 59 - geschiedenis
P. 59

Hoofdstuk 1. De Montfortanen in Indonesiƫ van 1939-1947 45
Reijnders in ogenschouw nemende, was er geen andere weg dan hen beiden naar Sintang te vervoeren, waar een dokter was. Pater Linssen heeft toen snel een boot gehuurd en is samen met pater L'Ortye en de 2 zieken weer spoorslags naar Sintang vertrokken. Na een tocht met regen en noodweer arriveerden ze uiteindelijk in Sintang waar beide zieken meteen in het ziekenhuisje opgenomen werden.
Parochie Benua Martinus
In 1908 begonnen de kapucijnen in Lanjak onder de Iban-Dajaks te werken. Omdat de Ibans weinig interesse toonden voor het werk van de missie en in het bijzonder weinig aandacht voor de school, verhuisden de kapucijnen van Lanjak naar Benua Martinus. Hierdoor werd de parochie in twee delen verdeeld: de streek van de Iban-Dajaks en de streek van de Embaloh-Dajaks. Vroeger was er vijandschap tussen deze stammen, maar nu was daar geen sprake meer van. De dorpen van de Embaloh-Dajaks lagen aan de Embaloh en Leboyan-rivier en bijna allen kozen voor het katholicisme. Begin twintiger jaren kwamen de zusters franciscanessen van Veghel de kapucijnen helpen. Zij openden een polikliniek en een school voor meisjes. Helaas werd de goede bedoeling van de zusters door de bevolking afgewezen, immers volgens hun gewoonte dienden vrouwen en ook hun kinderen op het rijstveld te zijn. Het lukte niet het vertrouwen van de vrouwen te winnen, laat staan van de groot- moeders. Ze bleven weigeren hun kinderen naar school te sturen, want dat toestaan betekende tevens dat de meisjes het internaat van de zusters in moesten. Teleurgesteld verlieten de zusters in 1928 tamelijk onverwachts Benua Martinus zonder medeweten van de pastoor.
Gelukkig kwamen in 1931 de franciscanessen van Asten naar Borneo. Ze openden meteen een huis in Benua Martinus. Hun werkwijze was anders, zij gingen naar de mensen toe en wisten op die manier de harten van de mensen te winnen. Na enkele jaren kwamen de meisjes dan toch naar de school en maakten ze gebruik van het zustersinternaat.
Terug van het Jappenkamp in 1946 kwam pater Lambertus van Kessel, de eerste montfortaan, werken in Benua Martinus. Toen halverwege het jaar 1946 pater Lor Collijn arriveerde, verlieten op 9 oktober 1946 de kapucijnen, pater Flavianus en broeder Bertrandus, Benua Martinus en ging de parochie over in montfortaanse handen. Eind 1946 lezen we in het dagboek van Martinus:
"Het jaar 1946 is voor de statie Benua Martinus zeker een zegenjaar geweest. Het missiewerk is er weer mogen hervat worden, de mensen stellen nogal


































































































   57   58   59   60   61