Page 75 - geschiedenis
P. 75

Hoofdstuk 2 . Moeizaam begin v.h. diocees Sintang 1948-1958 61
te ver van Nanga Beloh, een tweede school bouwen. Ondanks die goede voor- uitzichten gebeurde er na zeven jaar hard werken iets heel onverwachts.
Op zekere dag kwam iemand met een kijker, waarin je foto's/dia's kon laten zien - een apparaat dat nog nooit iemand gezien had - de Ketungau rivier afzakken. Bij ieder dorpje legde hij aan en vertelde het verhaal van "het gouden schip" en om de waarheid van zijn verhaal te onderstrepen, liet hij in zijn kijker dat gouden schip zien. Nu komt het verhaal van "Het gouden schip" voor in de oude verhalen van de Dajaks. Volgens die verhalen is het zien van het gouden schip een teken dat het einde van de wereld aanstaande is. Ieder die een zil- veren Nederlandse gulden betaalde mocht in de kijker kijken. Inderdaad, zij zagen met eigen ogen het gouden schip. Overtuigd dat het einde der tijden aanbrak, hielden de mensen op met werken, kochten feestklederen en vierden feest als voorbereiding op de grote dag. De kinderen werden van school en internaat gehaald, alle uitleg en verklaringen van de onderwijzer en pastoor ten spijt. Binnen de kortste tijd hadden de dorpelingen hun geld op en stonden de scholen en het internaat leeg. Wat nu?
Teleurgesteld en niet wetende wat te beginnen, ging pater Toon naar Sintang en vertelde daar wat er had plaats gevonden. Mgr. van Kessel nam het besluit de statie Nanga Beloh te sluiten. Toon en de onderwijzers verlieten de Ketungau-rivier.
Voorspoediger, maar niet gemakkelijker, ging de start van het missiewerk in het Melawi gebied. Dit gebied begint bij Sintang daar waar de Melawi-rivier uitmondt in de Kapuas-rivier. Als uitgangspunt kon gebruik gemaakt worden van de ervaringen van missionarissen die ooit een tocht langs de Melawi-rivier hadden gemaakt zoals de kapucijn pater Nobel in 1935 en 1937. Hij schrijft het volgende over zijn ervaringen opgedaan tijdens zijn tocht van 19 augustus tot 14 september 1935:
"Men zou het Melawi gebied in drie grote stukken of gebieden kunnen verdelen, nl. 1.- De Boven Melawi, 2.- de zogenaamde Pinoh landen, 3.- het Kajan gebied.
Over alle drie een kleine uitweiding.
1.- Om het Boven Melawi-gebied te verkennen moet men vanuit Nanga Pinoh de Melawi-rivier opvaren tot Serawai en Ambalau. De aldaar wonende Dajaks willen vooruit en verlangen naar scholen. Velen van hen zijn op school geweest en bijna alle Dajakse leerlingen die in Sintang op de H.I.S. (Hollandsche Indische School) zijn of geweest zijn, waren van die streken afkomstig. Met behoorlijk water is Serawai met een motor te bereiken en zelfs verder met een outboard/aanhangmotor. Riams (stroomversnelling/steenbank) komen pas voor heel ver in de Oeloe (bovenstrooms).


































































































   73   74   75   76   77