Page 79 - geschiedenis
P. 79

Hoofdstuk 2 . Moeizaam begin v.h. diocees Sintang 1948-1958 65
Wat zat hier achter? Enige dagen voor deze inval waren grote kisten met medicijnen aangekomen voor de pastoor en volgens de mensen, die de kisten hadden gedragen, zaten die kisten vol geweren. Met die wapens zouden de Dajaks bewapend worden om Indonesië weer terug te brengen naar de Hollanders, was het verhaal dat de ronde deed.
Natuurlijk vond men niets op de pastorie. Maar dat grapje had wel tot gevolg dat de internaatjongens niet meer bij de pastoor durfden te blijven, bang gemaakt door de praatjes dat al degenen die catechismus leerden mét de pastoor gevangen zouden worden gezet. Er werd alles aan gedaan om het zo onaan- genaam mogelijk te maken voor de missionaris. En alsof het nog niet genoeg was, kwam enkele weken later op 27 mei een zekere meneer Singek met een dreigbrief van Mantri Hasan bij Janus, waarin stond dat de pastoor vermoord zou worden als hij stroomopwaarts durfde te gaan naar Ambalau. Tot op dat moment was pater Schellart nog bij Janus en vonden ze steun bij elkaar, maar op 29 mei vertrok pater Schellart naar Bika. Janus bleef alleen achter in het vijandige Serawai.
Op 7 juli verliet ook Janus Serawai, hij ging via Sintang naar Sedjiram voor de jaarlijkse retraite. Hij nam ruim de tijd daarvoor en kwam pas begin september terug. Door de lange afwezigheid van de pastoor leek de sfeer in Serawai iets rustiger te zijn. Na zijn aankomst werd Janus door enkele ambtenaren zelfs vriendelijk ontvangen. Maar dat vriendelijke bleek maar schijn te zijn. Even later kreeg Janus bezoek van zijn vrienden, meneer Antang en Suban, die vanuit Nanga Ambalau op doorreis waren naar Pinoh; zij verzochten de pastoor heel dringend om niet alleen naar Ambalau te gaan.
Wat was het geval! Enkele ambtenaren hadden de mensen in Nanga Ambalau verboden om katholiek te worden. De mensen waren zo geschrokken van dat verbod dat veel catechumenen zich uit angst terugtrokken. Tussen de bedrijven door kwam een stel politieagenten nogmaals de wapenherrie onderzoeken zogenaamd om vrede te stichten. Janus, toch wel bang geworden, reisde naar Pinoh in de hoop daar Jan Linssen te ontmoeten en poolshoogte te nemen. Maar aangekomen in Pinoh was Jan juist vertrokken naar Sedjiram. Niets wijzer geworden ging Janus terug naar Serawai. Ondanks alles ging Janus toch naar Nanga Ambalau om daar kerstmis te vieren en zijn twee getrouwe vrienden, Antang en Suban te dopen.
Terug in Serawai begon Janus, ondanks alle tegenwerking, met de bouw van een eenvoudig huis op de heuvel, die in 1947 aangekocht was door Pater Schellart. Dat huis zou functioneren als pastorie en kapel. Janus was pas een week verhuisd naar zijn nieuwe huis, toen op 10 januari 1951 pater Ferry Hoogland, broeder Matthieu en broeder Alphons op bezoek kwamen. Alphons kreeg bij zijn aankomst meteen een flinke malaria aanval. Er was voor hem


































































































   77   78   79   80   81