Page 80 - geschiedenis
P. 80

66 SMM in Indonesiƫ 1939-2005
geen betere medicijn voor handen dan meteen naar bed te gaan. Hun bezoek was niet zomaar een bezoek. Ze kwamen poolshoogte nemen hoe ver de voorbereidingen waren voor de bouw van het internaat. Helaas was Janus nog niet in staat geweest om al het voor de bouw benodigde hout te verzamelen. Daarom werd besloten dat br. Alphons terug zou gaan naar Sintang en terug zou komen als alle hout voor deze bouw ter plaatse was.
Half juli 1951 kwam br. Alphons terug om samen met de heer Manan en Tibun te beginnen met de bouw van het internaat. In december was de bouw klaar en kon de ruimte gebruikt worden om kerstmis te vieren. Na vele maanden genoten te hebben van de aanwezigheid van br. Alphons, zat Janus na het vertrek van br. Alphons weer alleen. Gelukkig kreeg hij al snel bericht dat op 29 januari 1952 assistent generaal pater Welters samen met Mgr. van Kessel op bezoek zouden komen. Zij zouden pater Guus Wintraecken meebrengen, de nieuwe kracht voor Serawai. Goed nieuws dus voor Janus, die daardoor op- nieuw een huisgenoot kreeg. Natuurlijk was hij ook blij te horen dat twee hoogwaardigheidsbekleders de moeite namen de lange reis naar Serawai te maken. Hij dacht dat het voorname gezelschap enkele dagen bij hem zou blijven, maar niets was minder waar. Toen de hoge gasten arriveerden en Guus aan land was met zijn spullen, had Janus een half uurtje de gelegenheid op de boot met de hoge gasten te spreken, die daarna rechtsomkeer maakten stroomafwaarts terug naar Sintang. Zij hadden niet eens de moeite genomen aan wal te gaan. Ondanks deze teleurstelling ging Janus na hun vertrek huppelend van blijdschap de heuvel op samen met Guus Wintraecken, zijn nieuwe huis- genoot.
Na drie jaren van aanwezigheid in Serawai en Ambalau voelden de missionarissen zich steeds beter thuis. Er ontstond een goed contact met de Dajak-bevolking dank zij de scholen, het internaat en de medische hulp. Vooral de medische hulp in de dorpen was van doorslaggevende aard. Door de groeiende belangstelling tot ver het binnenland in, rijpte al snel het idee om van Nanga Ambalau een statie te maken met een pastorie, kapel plus ruimte voor medische behandelingen. Men dacht zelfs aan een polikliniek. Om dit plan te kunnen uitvoeren was een buitenboord-motor nodig om de nodige transporten beter en sneller te doen verlopen.
Leven tussen en met de Maleiers vroeg veel opoffering en viel niet altijd mee. Ook al werden de pastores beetje bij beetje beter aanvaard, er bleven toch steeds weer mensen of instanties hen tegenwerken. Maar hoe dan ook, omdat de missionarissen steeds klaar stonden voor zieke mensen, scholen openden, Dajak-kinderen opnamen in hun internaat en de Dajak-dorpen regelmatig bezochten tot ver bovenstrooms van de Melawi-, Serawai- en


































































































   78   79   80   81   82