Page 84 - geschiedenis
P. 84

70 SMM in Indonesië 1939-2005
Adriaan vervangen door Toon Bernard en het jaar daarop werd Harry ver- vangen door Piet van Eunen en Piet daarna door Huub Swerts.
Het werk van de missionarissen begon niet alleen in Pinoh vruchten te dragen, maar ook in de streek van Penyuyuk, Tuguk, Pauh en Sungai Manan. De missionarissen waren doorlopend op dienstreis en wegens gebrek aan pastorale werkers, werd het werk eigenlijk te veel voor hen. Gelukkig kwamen de zusters Franciscanessen van Asten (SMFA) in 1953 naar Pinoh om een helpende hand te bieden. Het waren de zusters Helena, Hironyma, Johanna en Lamberta. Zij gaven huishoudcursussen, haken en naaien. Doordat zowel de paters als de zusters een internaat openden, kwamen steeds meer dorpsjongens en meisjes naar Pinoh.
Om het gebrek aan medische hulp te overwinnen en een betere verzorging te hebben van de vele zieken in en rond Pinoh, gaf het districthoofd aan de zusters verlof een medische post te openen in het zusterhuis. Het missiewerk werd hierdoor steeds vollediger, bovendien konden de zusters hierdoor de paters in staat stellen op dienstreis te gaan en meer aandacht te besteden aan de dorpen buiten Pinoh. In februari 1954 kwamen pater Lam vd Boorn en Piet van Eunen vanuit Sintang voor korte tijd naar Pinoh. Hun bedoeling was om Adriaan Schellart de gelegenheid te geven een observatietour te maken naar het bovenstrooms gebied van de Pinoh-rivier. Lam zou in Pinoh blijven en Piet van Eunen zou Adriaan vergezellen op zijn tour. Helaas liep Piet van Eunen een wondje op aan zijn been, waardoor hij opnieuw last kreeg van wondroos. Vanwege koorts en een dik been moest Piet thuis blijven en moest noodgedwongen Adriaan uiteindelijk alleen vertrekken. Bovenstrooms van de Pinoh-rivier ligt het stadje Kotabaroe, een handelsplaats met vele Chinezen. De Chinese handelaren gingen regelmatig van Pinoh naar Kotabaroe en omge- keerd.
Pinoh is vanwege de handel een stadje waar het altijd druk is. Helaas is Pinoh laag gelegen en heeft het daardoor vaak last van overstromingen. Maar omdat de huizen op hoge palen zijn gebouwd, kan de handel rustig doorgaan. Begin februari 1955 echter was de overstroming erg hoog. Het water kwam niet alleen de winkels binnen, maar ook de pastorie en de kerk. In de kerk stond het water tot aan de voeten van het altaar. Ook de kerk en pastorie waren op palen van ruim één meter hoogte gebouwd. Vanwege het hoge water bleef er voor pastoor Harrie op dat moment niets anders over dan zijn intrek te nemen in de toren van de kerk. Om te koken zette hij zijn petroleumkacheltje bij de klokken. Het duurde 2 weken voordat het gewone leven weer hervat kon worden.
Op 3 juni kwam Toon Bernard Adriaan, die op verlof ging, vervangen. Toon had zijn eigen manier van werken en tourneren. Zelf roeiend ging hij op dienst- reis in de Kajan-rivier, naar de streek van Tuguk. Hij wilde onafhankelijk zijn


































































































   82   83   84   85   86