Page 87 - geschiedenis
P. 87

Hoofdstuk 2 . Moeizaam begin v.h. diocees Sintang 1948-1958 73
was een groot feest, vooral door de aanwezigheid van vele gelovigen. Voor die gelegenheid had pater Janus van der Vleuten een groot schilderij gemaakt: Montfort aan de voeten van Maria met het kind Jezus.
Begin 1950 verhuisde Ferry Hoogland naar Sintang, hij werd vervangen door pater L'Ortye. Ook br. Bruno kwam naar Sedjiram om een school te bouwen. Een jaar later kwam Toon Bernard in Sedjiram die weer een jaar later werd afgelost door pater Alois Ding en pater Serf Hamers.
1951 was het jaar van de politionele acties van Nederland in West- Papoea (Irian Jaya). De relatie Indonesië-Nederland werd verbroken met als gevolg dat er geen nieuwe Nederlandse missionarissen meer toegelaten werden in Indonesië. Een hoop op versterking van mankrachten ging daardoor verloren.
Ondanks deze tegenvaller gingen de missionarissen gewoon door met het bewustwordingsproces onder de Dajaks wat betreft onderwijs. Om het belang hiervan te onderstrepen en de kwaliteit van de school te verbeteren werd geprobeerd om in Sedjiram de zevende klas te openen en onderwijzers op te leiden voor de dorpsschooltjes. Helaas lukte dat niet wegens gebrek aan leerlingen. Om die zevende klas te openen en erkenning en subsidie te krijgen, moesten ze 25 leerlingen hebben en dat haalden ze niet. De missionarissen lieten zich echter niet ontmoedigen, zij kozen voor een alternatief en begonnen met een tweejarige catechisten-cursus. Geen gemakkelijke taak omdat niemand van de missionarissen full time vrij gemaakt kon worden voor die taak. De paters moesten buiten hun gewone taken gaan les geven. En dan was het erg als iemand van hen ziek werd en een malaria aanval kreeg. Zo lezen we op 10 juli 1951 in het dagboek van Sedjiram: "De malaria schijnt zeer sterk toe te nemen. Zoowel P. Bernard als P. Maalsté hebben 't stevig te pakken, ofschoon P. Maalsté al zowat een maand ook nog met buikweeën en niet te stuiten diarrhee sukkelt. Apa boleh buat. Dat hoort nu eenmaal bij het vak!"
Pater Maalsté was doorlopend ziek, zelfs zodanig dat men hem de raad gaf ziekteverlof te nemen in Nederland. Inderdaad is Jan maart 1952 naar Nederland vertrokken op het moment dat pater Ding naar Sedjiram kwam en assistent generaal, pater Welters, op visitatie was. Op zijn terugreis naar Nederland heeft Jan gereisd samen met pater Welters.
Het leven van de missionarissen was niet bepaald zonder zorgen. De gevolgen van de tweede wereldoorlog waren nog te zien en te voelen. De poli- tieke situatie was zeer verward en de economische situatie zeer moeilijk. Ze moesten hun werk verrichten in een moeilijke situatie en in een zeer armoedige


































































































   85   86   87   88   89