Page 88 - geschiedenis
P. 88

74 SMM in Indonesië 1939-2005
omgeving. In Sedjiram hadden ze gelukkig een rubberplantage, erfenis van de kapucijnen. Hierdoor hadden ze een snoepcentje als aanvulling voor hun soci- ale en pastoraal werk. Broeder Stef was de grote man van de rubberplantage. Jarenlang was dat zijn taak. Helaas bracht de tuin niet altijd op wat ervan ver- wacht werd, maar ondanks alles was de opbrengst een goede aanvulling voor de kosten in de parochie. Toen op 4 september 1952 11⁄2 ha afbrandde was dat een grote aderlating. Wie die brand had gesticht of hoe dat kon gebeuren is altijd een raadsel gebleven. Pater Toon Bernard had naar aanleiding van die brand contact opgenomen met de politie in Semitau, maar zonder succes.
Tijdens het jaar dat Toon Bernard in Sedjiram was, heeft hij een brug gebouwd, die de meisjesschool verbond met het zusterhuis, alsook verschillen- de dorpsschooltjes. Toen Serf Hamers vanuit Nederland aankwam in Sedjiram is Toon verhuisd naar Sintang. Tot op dat moment had men in Sedjiram nog geen vervoer en was men afhankelijk van andere mensen om naar Sintang of andere plaatsen te gaan. Twee jaar later bood het Vicariaat Pontianak hen een kleine boot aan, die ze, na het nodige te hebben afgedongen, uiteindelijk hebben gekocht voor de prijs van 5000 gulden. Deze boot met de naam Damai, kwam op 5 november 1954 aan in Sejiram met als stuurman broeder Matthieu Nijssen. De eerste tocht vanuit Sedjiram met de Damai ging naar Benua Martinus om pater Ding te verhuizen. De stuurman, tevens kok op de pastorie, was meneer Mundus. Pater regionaal L'Ortye ging met Alois mee, hij maakte van de gelegenheid gebruik de confraters bovenstrooms van de Kapuas te bezoeken. Serf Hamers bleef voor een moment alleen achter in Sedjiram tot het moment dat pater Reinold Dijker hem voor een korte tijd kwam vergezellen.
Intussen waren de zusters van Asten in Sedjiram hun noviciaat begonnen en op 31 mei 1955 deden de eerste drie Dajak-meisjes hun eerste geloften. Dat waren zuster Johanna, Margaretha en Marietta. Zij zijn de eerste Indonesische zusters SMFA. De professie werd uitgesproken tijdens de hoogmis die werd voorgegaan door Mgr. van Kessel, geassisteerd door pater L'Ortye, pater Dijker en pater Hamers. Het was een plechtige viering.
Sedjiram was de plaats waar de montfortanen jaarlijks een vijfdaagse retraite hielden geleid door een van hen. De retraite van 1956 had een speciaal kleurtje omdat het samenviel met het 25-jarig professiefeest van Ferry Hoog- land en Jan Cloots. Bijna alle montfortanen waren aanwezig. Overigens zonder zo'n speciaal kleurtje was die jaarlijkse retraite toch al iets speciaals omdat men mekaar zelden zag en iedere ontmoeting een gelegenheid was om de laatste nieuwtjes uit te wisselen en elkaar op te peppen tot een volgende ontmoeting.


































































































   86   87   88   89   90