Page 93 - geschiedenis
P. 93

Hoofdstuk 2 . Moeizaam begin v.h. diocees Sintang 1948-1958 79
opgelopen op ‘n reis naar Benua Martinus. Het bloedonderzoek gaf aan: zware malaria tropica. Vrijdagavond ging de koorts pas omlaag. Hij kon geen eten of drinken inhouden. Diezelfde avond kreeg hij een injectie tegen braken en nadien kon hij weer goed verteren. Zaterdag kon Jan weer de H. Communie ontvangen en had hij een rustige dag. Doch ‘s avonds schrokken we beiden, toen de thermometer weer 40.6 aangaf. Wel een normaal verschijnsel dat die top koorts zich herhaalt bij malaria tropica. Wij waren er echter niet gerust op en stuurden de zuster naar de dokter.
In Putussibau is geen vaste dokter; zo mogelijk zien we één keer per jaar de dokter van Sintang hier. We zouden het een eigenaardige samenloop van omstandigheden kunnen noemen, dat bij de ziekte en het overlijden van Jan de dokter in Putussibau was. De dokter hoorde het relaas van de zuster. Alles was goed wat ze gedaan had en hij gaf nog een pilletje voor de nacht. Zondagmorgen was de koorts weer gedaald; na de Hoogmis kwam de dokter. Hij constateerde bij de malaria tropica nog ‘n ernstige pleuritis op de rechterlong. Het onderzoek zou nog ‘n dag of 4 worden voortgezet. Misschien dat Jan dan vervoerd kon worden naar Sintang ter volledige behandeling. Jan voelde zich die voormiddag bijzonder goed. Hij praatte graag, vond het spijtig dat er weer iemand alleen in Putussibau moest achterblijven. Die middag had hij een goede eetlust en sliep daarna rustig. Doch toen hij aan de avond nog niet wakker werd, begonnen we te twijfelen aan zijn rustige slaap. We dachten aan een van de gevolgen van de malaria tropica, namelijk dat de patiënt enkele dagen in bewusteloze toestand kan geraken. Tegen 2 uur werd Jan wakker en moest overgeven. Ik vroeg hem hoe hij zich voelde. Er was geen klacht, doch alleen: "Ich weit niks van wat er allemaal gebeurd is". Dit zijn achteraf zijn laatste duidelijke woorden geweest. Kort daarop viel Jan weer in slaap en raakte in koma, en maakten we alles klaar voor de bediening. Jan ontving het sakrament van sterkte en genezing begeleid door een biddende schare gelovigen, intussen bleef de dokter bij hem. Tegen 5 uur arriveerde pater Hoogland uit Bika, hij bracht Lourdeswater mee en na enige tijd met Jan gepraat te hebben, leek het wonder in vervulling te gaan. Langzaam kwam ‘t leven terug. Jan kwam weer bij kennis. Hij probeerde, maar het lukte niet meer te spreken; hij reageerde op alles.
Biddend wachten we samen op ‘t einde. Jan werd rustig en zonder schokken, als wilde hij door zijn lichaam zijn volledige overgave tonen, gaf hij op maandag 8 april 1957 om 6 uur bij het einde van de dag zijn grootste offer voor zijn missie.
De begrafenis werd vastgesteld op dinsdag in de namiddag om 5 uur. Langer dan 24 uur kan men hier moeilijk wachten. De eerste Requiemmis om 6 uur ‘s morgens was reeds druk bezocht.
Pater R. Dijker, die in de namiddag uit Bika arriveerde begon om 4 uur de dodenvespers in het overvolle kerkje. Onder deze plechtigheid werd de kist gesloten. Kwart voor 5 was alles in gereedheid en werd het lijk in plechtige rouwstoet van het huis afgehaald en naar de kerk gebracht. Pater Hoogland als oudste en klasgenoot was celebrant."


































































































   91   92   93   94   95