Page 94 - geschiedenis
P. 94

80 SMM in Indonesië 1939-2005
Parochie Benua Martinus
Eind 1947 verhuisde pater Bertus van Kessel van Benua Martinus naar Sintang om pater L'Ortye te vervangen, die op verlof ging. Pater Lor Collijn werd hoofdpastoor van de parochie en Jan Maalsté kwam hem helpen. Met zijn tweetjes zetten zij het missiewerk voort. Ze regelen de school en het internaat en proberen de moraliteit der mensen op een hoger peil te brengen. Voor de Dajaks was de katholieke huwelijksmoraal vreemd en heel anders dan zij gewend waren, vooral wat betreft de omgang vóór het huwelijk en de voor- waarden om te mogen trouwen en scheiden. Voor de Dajaks waren dat geen zware twistpunten. Als er twisten waren, gingen ze naar het adathoofd, die heel gemakkelijk een scheiding uitsprak. Trouwen en scheiden werd geregeld en afgehandeld met het slachten van een kip. Dit in tegenstelling met de katholieke moraal. Daarom hadden de pastores het druk met het oplossen van huwelijks- kwesties.
Buiten de bezigheden in Benua Martinus zelf besteedden de missiona- rissen veel tijd aan dienstreizen, het bezoeken van de mensen in de diverse dorpen. Het aantal mensen dat katholiek wilde worden bleef groeien, hetgeen betekende dat de missionarissen steeds meer kilometers moesten lopen om regelmatig hun mensen te bereiken.
Eind 1949 werd Jan Maalsté, die naar Sedjiram verhuisde, vervangen door de vers uit Nederland aangekomen pater Leo Rutten. Het hoofdproject was toen het bouwen van een nieuwe kerk. Helaas vlotte die bouw niet. De mensen hadden pas 8000 stenen klaar gemaakt in een oven van 2x31⁄2 m. Juni 1950 tekende een zekere Empawi een contract om 60.000 sirap (houten dakpannen) te maken voor de kerk, waardoor er weer schot kwam in de bouw en de kerk toch hopelijk ging klaarkomen. Men begon weer zand en grint te verzamelen, zodat eind 1952 eindelijk de bouw kon beginnen. De bouw kwam uiteindelijk klaar op 15 augustus 1953. Een goede opsteker voor het parochieleven. Even- eens een goede opsteker voor de parochie en de streek was het feit dat hun 3- jarige basisschool een 6-jarige basisschool werd.
Een ander gedenkwaardig feit voor Benua Martinus was de visitatie van assistent generaal, pater Welters. Helaas waardeerden de paters deze visitatie niet zo positief. We lezen hierover in het dagboek het volgende op 27 februari 1952: "Visitatie is nogal eens afgewerkt. Pater visitator gaf de indruk zich wel te interesseren voor de zaken binnenshuis (waar hij eigenlijk ook voor
kwam) maar de hele rest liet hem betrekkelijk siberisch. Hier in Benua Martinus kwam hij niet verder dan de W.C. in de ulukant (bovenstrooms) en het


































































































   92   93   94   95   96