Page 95 - geschiedenis
P. 95

Hoofdstuk 2 . Moeizaam begin v.h. diocees Sintang 1948-1958 81
ziekenhuis aan de hilirkant (benedenstrooms). Zo krijgt men in Nederland een kijk op de missie."
Niet lang na al deze gebeurtenissen werd Lor Collijn vervangen door Ferry Hoogland. Het team pastores werd aangevuld met pater Alois Ding. Even later werd Ferry ziek, hij bleek een hernia te hebben en moest geopereerd worden. Gelukkig ging dat allemaal goed en was hij met kerstmis weer terug in Benua.
Hoewel de parochie een goede indruk gaf, viel de groei toch tegen. Waarschijnlijk had het te maken met de adat en gewoontes van de Dajaks. De missionarissen hadden daar eigenlijk nog geen antwoord op. Enkele dingen hadden zij al aangepast aan of overgenomen van de Dajak-gewoonte, zoals de zegening van het zaad. Ook andere ceremonies die betrekking hadden op de akkerbouw hadden ze overgenomen, maar veel veranderde dat niet aan de kwaliteit van hun katholiek-zijn. Het bewijs hiervan was te zien op vrijdag 8 juni 1956 toen in het dorpje Telai Hulu een dukun (medicijnman) werd gewijd volgens de oude adat. De Dajaks van de Embaloh-stam haalden de dukun in een versierde prauw af in het dorp Pinjawan. Als reactie op dit gebeuren schrijft de pastoor: "De dukun heeft onder de Embalohers nog meer macht dan hun Pastoor en hun eigen katholieke godsdienst".
Maar hoe dan ook, de parochie Martinus gaf hoop voor de toekomst. Twee jongens van de parochie studeerden op het klein-seminarie in Nyarumkop, het waren Daniel Motot uit Ukit-ukit en Elias van Benua Keram, beiden van de Embaloh-stam. De mensen van deze stam wilden vooruit en naar school, dit in tegenstelling tot de Dajaks van de Iban-stam. Die hielden strikt vast aan de adat en gewoonte van hun voorouders. De montfortaan die echt veel onder de Ibans heeft geleefd en gewerkt is pater Adriaan Schellart. Van hem is bekend dat hij wekenlang bij hen was met als proviand een pijp, tabak en Marie-koekjes.
Kapittel van de Nederlandse Provincie in 1952
Hoewel er sinds het begin van de Missie op Borneo reeds enkele keren een kapittel is geweest, hebben we tot nu toe nog maar weinig gehoord over die kapittels. Er zijn praktisch geen rapporten en ook in de provinciale bulletins wordt er nauwelijks iets over gezegd. Het besprokene mocht niet naar buiten gebracht worden. Dat paste bij de toenmalige structuur van de congregatie die zeer centralistisch was. Bijna alles werd bepaald door pater generaal met zijn raad. Zij bestuurden de congregatie door zich streng te houden aan de regel en


































































































   93   94   95   96   97