Page 97 - geschiedenis
P. 97

Hoofdstuk 2 . Moeizaam begin v.h. diocees Sintang 1948-1958 83
is; wie durft de verantwoordelijkheid aan om in een missie jarenlang een priester alleen te laten zitten. Als de congregatie niet meer mensen beschikbaar kan stellen voor de Borneo-missie, hadden we die missie niet mogen aannemen. Hier in Nederland en Belgiƫ hebben we geen verantwoordelijkheid over de katholieken, tenzij de bewoners van enkele rectoraten; doch in de missies die op eigen verzoek aan de congregatie zijn toevertrouwd hebben we wel degelijk die verantwoordelijkheid."
Op het eind van zijn betoog zei pater L'Ortye: "Omwille van die Daja's, omwille van het zielenheil van die paters die jaren alleen op hun post zitten, vraag ik drie priesters bij voor dit jaar."
In zijn rapport spreekt pater superior ook over de gezondheidstoestand van de missionarissen:
"Nadat we in het begin na de oorlog met verschillende zeer ernstige ziektegevallen hebben te doen gehad, is de laatste tijd over het algemeen de gezondheidstoestand wat gunstiger. Naast malaria en amoebe-dysenterie welke periodiek bijna iedere missionaris moet doorworstelen, zijn het vooral de zware dienstreizen waar gewoonlijk alle comfort ontbreekt en de inlandse kost beneden alle peil is, die iemands weerstand breken. Het zijn vooral deze omstandigheden die van Borneo een zware missie maken. (Laatste berichten zijn minder gunstig: P. Linssen in ziekenhuis te Pontianak, P. H. Reijnders zweer aan de blaas en P. Collijn moet volgend jaar op verlof)."
Over de kloosterdiscipline (de statu disciplinae) zegt het rapport het volgende:
"Zoals blijkt uit het verslag der onlangs gehouden visitatie in onze missie, is de algemene kloostertucht bevredigend. Speciaal wat betreft het naleven der geloften zijn er Goddank geen ernstige tekorten geweest. Wel is de omgang met een of andere zuster te vertrouwelijk geweest, zodat moest gewaarschuwd worden.
Tot aan de visitatie waren onze gezamenlijke oefeningen tot het minimum beperkt, omdat we op de meeste posten met een of twee zaten en ook al omdat ik zelf niet wist in hoever de verschillende oefeningen in de missie gebruikelijk waren. In het begin had ik me tot de H.E.P. provinciaal gewend om te informeren welk reglement in de missies gebruikt werd. Het antwoord luidde: volgt ons reglement zoveel mogelijk. Om enige houvast te hebben wendde ik me tot de superior der Capucijnen; deze gaf me de volgende raad: begin met zo weinig mogelijk, want elke visitatie doet er toch een schep bij. Doch nu na de visitatie heeft elk huis zijn reglement en gezien de goede geest, ben ik ervan overtuigd dat men er de hand zal aan houden."
Pater L'Ortye geeft ook een financieel overzicht:
"In de Prefectuur Sintang hebben de Apostolische Prefect en de Superior Regionalis ieder zijn eigen begroting + beurs volgens concept- overeenkomst van 1949 en destijds door H.E.P. Provinciaal Theunissen goedgekeurd. Deze overeenkomst gaat uit van het princiep dat de congregatie


































































































   95   96   97   98   99